“Hé, even normaal doen!’
6 minuten leestijd
De avond ervoor bereidde ik me mentaal voor op een speelochtend in buurthuis De Havelaar. Er is daar een klein clubje ouders met kleine kinderen en een hele fijne relaxte leidster die de boel begeleidt en voor een fruithapje en drinken zorgt. Het is een zeer chille bedoeling in een ruimte zo groot als een klein klaslokaal. Alle kinderen zijn goed te overzien. Als een kind zich bezeerd dan blijft de begeleidster kalm, zelfs als er een grote bult ontstaat of bloed te zien is. Deze meid is de coolste. Ik houd van de plek en de begeleidster.
In de ochtend rond half elf kwam ik eraan, opende de deur van de speelruimte en zag allemaal vrouwen van middelbare leeftijd gymnastieken. Met mijn dreumes in mijn armen stond ik stil als een standbeeld in de deuropening waarna een gymmende mevrouw me opmerkte en zei: ‘Och lieve schat, ben je in de war met de dagen? Gisteren was de speelinloop hier. Vandaag is voor de dames gereserveerd om lekker te bewegen.’ Ik zei dat het me speet dat ik hen stoorde en dat ik inderdaad in de war was met de dagen, waarna ik de deur weer sloot. In de gang voelde ik me enkele seconden helemaal verward. Hoe kon ik me nou zo vergissen in de dagen? Ik vergeet veel de laatste tijd en ben erg verward. Maar dit was toch wel erg stom. Eenmaal weer buiten vroeg ik me af wat nu het plan werd. Ik kon boodschappen gaan doen wat toch moest gebeuren vandaag maar dan zou mijn zoon niet met andere kinderen spelen en met die bedoeling was ik de deur uitgegaan dus dan maar op naar een andere spelinloop op een andere locatie in een andere wijk van de stad. Onderweg sjeesde ik een Albert Heijen in om een stel bananen te halen. De eerste keer maakte ik de fout om geen fruit mee te nemen naar de spelinloop in de Baarsjes en gaf de begeleidster mij daar een standje omdat ik een boterham met avocado voor mijn kind mee had en geen fruithapje, zelfs nadat ik uitlegde dat ik niet op de hoogte was van de “fruithapjes-regel”, was de begeleidster nog pissig op me. Jawel, in de Baarsjes is het andere koek wat betreft de begeleidster, deze is verre verrre verre van relaxed. Tevens is de ruimte niet zo groot als een klein klaslokaal maar komt het overeen met een gymzaal en is het niet gevuld met een klein groepje ouders en kleine kinderen maar met ontzettend veel ouders en dreumesen. Het is er zeer chaotisch en binnen no-time ben ik er overprikkeld. Maar mijn zoontje heeft er pret dus ik zet me over dit alles heen. Dit keer kwam ik er bezweet binnen gesjokt omdat ik me heel erg haastte om er te komen zodat mijn kind minstens een half uur daar kon spelen. Nadat ik hem uit de wagen haalde, zijn jas uitdeed en muts afzette en daar op de grond neerzette om rond te waggelen stond er binnen luttele seconden een meisje voor zijn neus en gaf hem een keiharde duw. Mijn dreumes wapperde heen en weer en kon nog net zijn balans houden om niet om te vallen, waarna hij het meisje zeer verbaasd aanstaarde. Ik schrok me wild en mijn eerste reactie was, jawel, hier komt ie, het eerst dat ik zei was: ‘Hé, even normaal doen!’ Jawel, dat flapte ik eruit. De moeder van het meisje kon dit niet waarderen, die kwam eraan gelopen, keek mij razend aan en zei vervolgens tegen mij: ‘Ja, hallo! Wat denk jij nou?! Dat snapt zij toch niet?!’ (Nee, zij niet, maar jij wel toch? Let op je kind, kijk wat het doet!) Hierna tilde ze haar dochter op en zei heel lieflijk tegen haar dat dat niet de bedoeling was, dat kindjes duwen niet mocht. Hierna ging de moeder midden in de ruimte zitten en keek mij de rest van de speeltijd erg agressief aan terwijl haar kind rond bleef rennen en kinderen bleef duwen (nogmaals: let op je kind, kijk wat het doet!). Na het half uurtje spelen was ik er wel klaar mee en mijn kind ook, die was moe aan het worden. Maar terwijl ik hem naar onze wagen begeleidde kwam de begeleidster op me af en zei streng: ‘Jouw kind was er vorige week niet! Jij zei dat je zoon er zou zijn!’ Deze vrouw is zo streng dat mijn haren ervan overeind gaan staan en ik haar bijna alleen nog in shock aan kan staren, maar nu moest ik met een excuus komen, iets goeds. ‘Wij waren er niet omdat mijn zoon ziek was. Hij had rode vlekken op zijn lichaam.’ Dit was een beetje een leugen en een beetje niet. Hij had inderdaad die rode vlekken maar was niet zo ziek ervan dat hij niet de deur uit kon. Die ochtend hadden we gewoon leukere plannen dan de spelinloop met de strenge begeleidster. ‘En nu ga je toch niet al weg? We gaan nu liedjes zingen en fruit eten. Je hebt nu wél fruit mee toch?!’ Shit. Ik voelde me betrapt. Ok, even liedjes zingen en een stukje banaan eten en daarna gingen we deze verstikkende ruimte echt verlaten. Na twee happen banaan hees ik mijn zoon in zijn jas en plantte hem in zijn wagen. Achter me hoorde ik de begeleidster tegen een stel zeggen dat het niet de bedoeling was om aan tafel te zitten met hun kind, dat alle kinderen en ouders op de grond plaats moesten nemen waar alle kinderen konden zitten. Dit stel was nieuw bij de spelinloop. Zij zeiden niets terug tegen de begeleidster. ‘Kijk! Zij!’ Gilde de begeleidster hierna terwijl ze naar een moeder wees wiens kind aan haar hand rondliep met een stuk banaan. ‘Zij snapt er ook helemaal niets van! Kinderen moeten hun fruithapje zittend opeten op de grond en niet rondlopen!’ De meeste ouders bij de spelinloop zijn expats. De ouder tegen wie ze schreeuwde is Braziliaans. Zij verstaat geen woord Nederlands dus reageerde ook niet op de begeleidster. En ik was zeer overprikkeld en raakte opgefokt en stond op het punt om weer ‘Hey, even normaal doen!’ uit te brengen.
Buiten kwam ik het nieuwe stel tegen, tegen wie de begeleidster had gezegd dat ze niet met hun kind aan tafel mochten zitten maar op de grond plaats moesten nemen tijdens het eten. De moeder kwam op mij af en zei: ‘Wat een portret is dat zeg! Die vrouw daarbinnen. Allemachtig!’ Ik knikte en lachte en wenste haar nog een fijne dag.
