De nacht voor de vakantie
Koffers ingepakt. Relaxed naar bed.
We zaten al helemaal in de vakantievibe.
Tot we de nacht voor vertrek, rond half vier, wakker werden van een enorme knal.
Zo hard dat ons huis trilde en ik meteen rechtop in bed zat.
Ik stapte uit bed en liep richting de keuken waar ik vanachter de balkondeur naar beneden keek en aan de overkant een gedeelte van de winkel en de pinautomaat eruit zag liggen.
Een plofkraak.
Het was een bom die zojuist was afgegaan.
Ik zag een jongen, gekleed in het zwart, op een paar meter afstand schreeuwen naar iemand anders en weer teruglopen naar de pinautomaat. Ik stond met mijn gezicht tegen het glas van de balkondeur terwijl het buiten nog pikkedonker was en probeerde te zien wat er aan de hand was toen er onverwachts nóg een bom afging…
Deze was nog veel harder dan de eerste.
Ik zag een flits en het kabaal was oorverdovend. Mijn lichaam sloeg met een klap naar achteren en ik belandde op de keukenvloer.
Mijn oren suisden.
Ik kroop meteen naar de slaapkamer van mijn zoontje waar mijn vrouw met hem was.
‘Blijf in bed. Blijf daar…’ zei ik tegen mijn vrouw.
‘Wat is er aan de hand?’ zei ze terug.
Ik was hevig aan het trillen en kwam moeilijk uit mijn woorden.
‘Ga jij maar hier in bed bij Levi liggen. Die slaapt nog. Ik ga kijken wat er aan de hand is. Ik wil ook weten wat er gebeurd is,’ zei mijn vrouw.
‘Nee, nee… niet gaan kijken. Blijf hier! Ze zijn bezig de boel aan het opblazen aan de overkant. Misschien komen er nog meer bommen!’ fluisterde ik terug.
‘Ga nou maar hier in bed liggen, anders wordt Levi misschien alsnog wakker. Ik ga kijken!’
We ruilden om.
In bed lag ik trillend naast mijn zoontje, die af en toe half wakker werd, mij even aankeek en zich daarna weer omdraaide om verder te slapen.
Ik was zo heftig aan het trillen en overstuur dat ik op een gegeven moment uit bed stapte en mijn vrouw zei dat zij weer bij onze zoon moest gaan liggen omdat ik niet rustig werd en bang was dat hij wakker zou worden.
‘Het lijkt me slim als jij naar beneden gaat. Jij zag toch wat er gebeurde net? Dan kun je dat de politie vertellen. Er is heel veel politie beneden.’
‘Wat? Naar beneden gaan? Zoveel zag ik niet. Het was heel donker.’
‘Misschien is het ook goed voor jou. Kun je even kalmeren als je je verhaal kunt vertellen.’
‘Oké. Ja. Ik ga wel praten beneden.’
Beneden sprak ik een agent aan die mijn verklaring opnam. Veel kon ik hem niet vertellen. Niet hoe de daders eruitzagen of hoeveel het er waren. Alleen dat er twee bommen afgingen en dat een van de daders misschien gewond was geraakt omdat hij terugliep naar de pinautomaat toen de tweede bom afging.
Toen ik weer boven was en mijn bed weer inging, lag ik alleen maar wakker. Ik kon niet meer slapen.
Rond zes uur, toen het buiten licht werd, stond ik maar op en tuurde ik uit het raam.
Wat een ravage.
Nu in het licht zag ik pas goed wat er gebeurd was. De hele voorkant van de winkel was weggeblazen. Glas lag verspreid over de straat. De ramen van de buren boven de winkel waren ook beschadigd. Overal lag puin op de stoep.
Alleen de fietsen in het fietsenrek stonden er alsof er niets gebeurd was.
