Om herhaling van vorig jaar rond deze data te voorkomen — en om niet opnieuw in het ziekenhuis te belanden — doe ik het zo rustig mogelijk aan. Opnieuw ben ik getroffen door een virus dat mijn zoontje had. Waarschijnlijk weer het RS-virus. Alle symptomen die hij had, heb ik nu ook. ’s Ochtends word ik wakker met slijmerige oogleden, een verstopte neus en een hoest die diep zit. Met mijn astma hoest ik alleen een stuk heftiger dan hij. En hoe langer het aanhoudt, hoe pijnlijker het wordt: bij iedere hoestaanval voel ik mijn borst protesteren.
Het enige wat ik kan doen, is het rustig aandoen. Met een peuter is dat alleen bijna onmogelijk. Zijn lichaam lijkt de hele dag maar één opdracht te kennen: rennen en springen en rennen en springen.
Gistermiddag zaten we urenlang binnen. Hij had het zichzelf makkelijker kunnen maken door zijn middagdutje te doen, maar die weigerde hij. Dus waren we tot elkaar veroordeeld in de woonkamer. We hingen op de bank en speelden met speelgoed. Om het half uur wisselden we van activiteit: LEGO, tv, tekenen aan tafel, puzzelen. Telkens wanneer we iets nieuws begonnen, vroeg hij hoopvol:
‘Naar buiten? Voetballen?’
Ik legde uit dat het er vandaag niet in zat. Dat mama een beetje ziek is.
Vanochtend vroeg wilde hij dat ik uit bed kwam. Ik voelde me nog niet fit en durfde nauwelijks te bewegen, bang dat een hoestaanval zou losbarsten. Die zijn pijnlijk genoeg om stil te blijven liggen. Hij zat tussen mijn vrouw en mij in en gaf me een reeks kusjes op mijn gezicht.
‘Mama, uit? Mama, opstaan?’
Mijn vrouw legde uit dat mama een beetje ziek is. Hij wist meteen hoe laat het was. Hij aaide over mijn hoofd, stapte zelf uit bed en vroeg mijn partner hem te volgen voor zijn pindakaas.
